Up-date dossier pelsdierfokkerijen
Up-date dossier pelsdierfokkerijen
Antwoorden van de minister van Landbouw op de vragen van SP 2de kamerlid Krista van Velzen.
1841
Vragen van het lid Van Velzen (SP)
aan de minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit over de
vergunning voor een nertsenhouderij.
(Ingezonden 15 mei 2007)
1Is het waar dat de gemeente Zeewolde bekend heeft gemaakt dat zij van plan is om een milieuvergunning te verlenen voor de vestiging van een nieuwe nertsenfokkerij?
1 Is het tevens waar dat, terwijl de zienswijzen tegen deze ontwerpvergunning nog steeds kunnen worden ingediend, op het betreffende adres al ruim 100 fokteven plus enkele fokreuen en zelfs jongen aanwezig zijn?
2 Is het waar dat volgens de Nederlandse wetgeving een bedrijf over een geldige definitieve milieuvergunning dient te beschikken vóórdat met de bedrijfsmatige productie van dieren wordt gestart?
Zo ja, deelt u de mening dat het bij ruim 100 fokteven reeds gaat om het bedrijfsmatig houden van dieren voor
productiedoeleinden? Zo ja, bent u bereid er bij de gemeente Zeewolde op aan te dringen handhavend op te treden tegen dit bedrijf?
3 Kunt u aangeven hoeveel vergunningen voor hoeveel dieren zijn uitgegeven in Nederland aan nertsenhouders?
Kunt u tevens aangeven hoeveel nertsen gehouden worden? Bent u bereid om, indien het daadwerkelijke aantal nertsen en de vergunningen daarvoor niet overeenstemmen, stappen te ondernemen tegen deze bedrijven?
4 Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor nieuwe vergunningen voor te houden nertsen op dit moment lopen?
Zo neen, waarom niet?
5 Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de implementatie van de Verordening welzijnsnormen Nertsen (PPE) 2003?
Zo ja, kunt u daarbij specifiek ingaan op de hoogte van de investeringen die gedaan zijn om te voldoen aan de
artikelen 4 en 5? Zo neen, waarom niet?
Antwoord
Antwoord van minister Verburg
(Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit). (Ontvangen 14 juni
2007)
1
De gemeente Zeewolde heeft in mei 2006 de aanvraag voor een vergunning voor een nertsenfokkerij ontvangen.
Dit vanwege het uitbreiden van hobbymatig bezit van nertsen tot een bedrijfsactiviteit.
Tot 9 mei jongstleden liep de termijn om zienswijzen op de ontwerpvergunning in te dienen bij de gemeente.
Naar aanleiding van klachten is het bedrijf op 7 mei bezocht. Bij dit bezoek bleek dat er meer dan 100 nertsen aanwezig waren, waarmee op dat moment het hobbymatige karakter vervalt.
2 en 3 (deels)
Een bedrijf moet volgens de Nederlandse wetgeving over een geldige milieuvergunning beschikken voordat met de bedrijfsmatige productie van dieren wordt gestart, tenzij voor deze bedrijfsmatige productie van dieren algemene regels zijn gesteld op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.
Voor het houden van pelsdieren is dat laatste niet het geval.
Het bevoegd gezag, in dit geval het college van B&W van Zeewolde, moet beoordelen of het gaat om het bedrijfsmatig houden van dieren, of om het houden van dieren in een omvang alsof het bedrijfsmatig was.
Uit het feit dat B&W van Zeewolde bekend hebben gemaakt een milieuvergunning te willen verlenen, kan worden opgemaakt dat hier sprake is van een zodanige activiteit dat een milieuvergunning is vereist.
Aangezien er zicht op legalisatie bestaat, is handhavend optreden niet opportuun. Dit is geldende Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006–2007 Aanhangsel van de Handelingen jurisprudentie.
Mocht een handhavend optreden noodzakelijk zijn, dan zal de gemeente als toezichthoudende instantie in actie
moeten komen.
Hier ligt geen rol voor LNV.
3 (deels) en 4
Nee. Het afgeven van de milieuvergunning betreft een bevoegdheid van de gemeente.
5
De verordening Welzijnsnormen Nertsen (PPE) 2003 bevat eisen die aanzienlijke investeringen vergen van de nertsenhouders. Derhalve is een overgangsperiode van kracht voor de eisen ten aanzien van de leefruimte,
de nestbox en het aantal dieren dat per leefruimte mag worden gehouden. Tot 1 januari 2009 moet tenminste 25% van het aantal nertsen op een bedrijf worden gehouden conform de gestelde eisen.
In de periode van 1 januari 2009 tot 1 januari 2014 moet tenminste 50% van het aantal dieren worden gehouden conform de normen uit de verordening en daarna moeten alle dieren worden gehouden conform de verordening.
Uit de jaarlijkse controles die op de naleving van de verordening worden uitgevoerd is gebleken dat een groot
aantal nertsenbedrijven nu reeds voldoet aan de eisen die vanaf 1 januari 2009 van kracht worden.
Ik heb geen zicht op de hoogte van de investeringen die zijn gedaan om te voldoen aan de artikelen 4 en 5. Hier
zijn geen onderzoeksresultaten over beschikbaar.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, Aanhangsel 3894